English

LAD 'F. Kaiser' De Leidsche Flesch Sterrewacht Leiden Universiteit Leiden

Statuten, reglementen en mores van het dispuut

Statuten van het Leidsch Astronomisch Dispuut 'F. Kaiser'

Toevoegingen aan het huisreglement van De Leidsche Flesch



Datum laatste wijziging: Augustus 31, 1997.

1. Naam en zetel

1.1 Het dispuut draagt de naam Leidsch Astronomisch Dispuut 'F. Kaiser', hierna te noemen het dispuut. Zij is gevestigd te Leiden. Daarbij zal zij het onderschrift voeren Dispuut van De Leidsche Flesch, verwijzend naar de vereniging De Leidsche Flesch te Leiden, hierna te noemen De Leidsche Flesch. De officiële oprichtingsdatum is gesteld op één maart negentienhonderddrieënnegentig.

1.2 De naam 'F. Kaiser' en het logo van het dispuut zijn voorbehouden aan disputen en/of verenigingen die mede verbonden zijn aan de Sterrewacht te Leiden.


2. Doel en middelen

2.1 Het dispuut stelt zich ten doel in aanvulling op de activiteiten van De Leidsche Flesch bij te dragen tot de wetenschappelijke vorming van haar leden, en mede te werken aan de bevordering van het contact tussen de studenten in de sterrenkunde onderling en tussen de studenten en de wetenschappelijke wereld. Tevens stelt het zich ten doel een bijdrage te leveren aan de popularisatie van de wetenschap, met name de sterrenkunde.

2.2 Daarenboven stelt het dispuut zich ten doel mede te werken aan de verwezenlijking van de doelstellingen van De Leidsche Flesch.

2.3 Het dispuut zal haar doel trachten te bereiken door:

i. het organiseren van lezingen;
ii. het organiseren van excursies;
iii. het organiseren van rondleidingen op de Oude Sterrewacht te Leiden;
iv. andere gepaste middelen.


3. Duur

Het dispuut is opgericht voor onbepaalde duur.


4. Lidmaatschap

4.1 Het dispuut kent de volgende vormen van lidmaatschap:
i. gewone leden;
ii. buitengewone leden;
iii. leden van verdienste;
iv. ereleden;
v. oud-leden;
vi. aspirant leden.

4.2 (a) Gewoon lid kan zijn degene die sterrenkunde studeert aan de rijksuniversiteit Leiden, zijn propedeuse gehaald heeft, en als lid van het dispuut door het bestuur van het dispuut erkend is. De gewone leden van het dispuut zijn gewone leden of oud-leden van De Leidsche Flesch.
(b) Buitengewoon lid kan zijn degene die als medewerker of staflid verbonden is aan de Sterrewacht te Leiden en als buitengewoon lid van het dispuut door het bestuur van het dispuut erkend is.
(c) Tot lid van verdienste kan worden benoemd degene die zich jegens het dispuut buitengewoon verdienstelijk gemaakt heeft en als zodanig door het bestuur van het dispuut erkend is en die benoeming geaccepteerd heeft.
(d) Tot erelid kan worden benoemd degene die zich jegens het dispuut op zeer bijzondere wijze verdienstelijk gemaakt heeft en als zodanig door het bestuur van het dispuut erkend is en die benoeming geaccepteerd heeft.
(e) Oud-lid is degene die tenminste twee jaar onafgebroken gewoon lid, buitengewoon lid, lid van verdienste of erelid geweest is, danwel een combinatie van dezen en geen andere vorm van lidmaatschap heeft.
(f) Aspirant lid kan degene zijn die bezig is met het leveren van zijn prestatie ter verkrijging van het lidmaatschap, zoals vermeld in artikel 4.3 (a), en als zodanig door het bestuur van het dispuut erkend is.
(g) Buitengewone leden, leden van verdienste, oud-leden en aspirant leden zijn geen leden in de zin der Wet.
(h) De besluitvorming van het bestuur iemand te benoemen tot lid van het dispuut geschiedt volgens de procedure beschreven in artikel 9.

4.3 (a) Het bestuur van het dispuut beslist tot toelating als lid, nadat deze zich op enigerlei wijze verdienstelijk gemaakt heeft voor het dispuut door een passende prestatie te leveren, goed te keuren door het bestuur van het dispuut.
(b) Het lidmaatschap is persoonlijk en mitsdien niet vatbaar voor overdracht of overgang.
(c) De in artikel 4.1 genoemden worden verbonden door:
i. de statuten van het dispuut;
ii. de statuten en huisregels van De Leidsche Flesch;
iii. geldige besluiten van een vergadering van het dispuut;
iv. geldige besluiten van een algemene vergadering van De Leidsche Flesch.

4.4 (a) Het gewoon lidmaatschap eindigt:
i. bij overlijden van het lid;
ii. door ontzetting;
iii. door beëindiging van het lidmaatschap van De Leidsche Flesch op welke wijze dan ook, tenzij het oud-lidmaatschap van De Leidsche Flesch ook bekleed wordt;
iv. door opzegging van het lid, schriftelijk bij de abactis van het bestuur van het dispuut;
v. door opzegging door het dispuut bij de in de Wet bepaalde gevallen, door de abactis van het bestuur van het dispuut, schriftelijk en met opgaaf van redenen;
vi. automatisch indien de studie sterrenkunde aan de rijksuniversiteit van Leiden gestopt wordt, behalve als het bestuur van het dispuut anders beslist. Als het lid in aanmerking komt voor het buitengewoon of oud lidmaatschap, dan zal het bestuur het lid hiervan op de hoogte brengen.
Ontzetting als geschetst in ii. en iii. Gebeurt schriftelijk, met opgaaf van redenen.

(b) De overige vormen van lidmaatschap eindigen:
i. bij overlijden van het lid;
ii. door bedanken, schriftelijk bij de abactis van het bestuur van het dispuut;
iii. op voorstel van het bestuur van het dispuut op de handelswijze zoals beschreven in artikel 9;
iv. door opzegging door het dispuut bij in de Wet bepaalde gevallen, door de abactis van het bestuur van het dispuut, schriftelijk en met opgaaf van redenen.


5. Bestuur

5.1 (a) Het bestuur van het dispuut bestaat uit tenminste vier en ten hoogste zes personen. Het dispuut kiest een bestuur uit haar midden.
(b) Het bestuur van het dispuut bestaat uit tenminste een praeses, een abactis, een quaestor en een vice-praeses.
(c) Bestuurders worden benoemd voor een periode van minimaal een half jaar en ten hoogste een jaar.
(d) Bestuursleden vervullen voor ten hoogste een jaar dezelfde functie.
(e) Indien een bestuurslid tussentijds zijn functie neerlegt, draagt het bestuur van het dispuut zo snel mogelijk, doch maximaal binnen vier weken, een nieuw bestuurslid voor.
(f) Desondanks kan het bestuur van het dispuut besluiten geen nieuwe bestuursleden aan te stellen, indien het bestuur meer dan vier leden kent.
(g) De benoeming van bestuursleden geschiedt volgens de procedure zoals omschreven in artikel 9.
(h) Een lid kan slechts gedurende twee achtereenvolgende bestuursjaren een functie in het bestuur van het dispuut bekleden.

5.2 (a) Het bestuur is belast met het besturen van het dispuut.
(b) Een niet voltallig bestuur blijft bestuursbevoegd.
(c) Het bestuur is bevoegd tot vertegenwoordiging van het dispuut in en buiten rechte.
(d) De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende leden van het bestuur.


5.3 Tenminste één keer per jaar brengt de praeses van het dispuut op de algemene vergadering van De Leidsche Flesch verslag uit over de dispuutactiviteiten in het afgelopen jaar.


6. Algemene ledenvergadering

6.1 De algemene ledenvergaderingen worden gehouden in de gemeente waarin het dispuut statutair gevestigd is.

6.2 Het bestuur van het dispuut roept geen algemene ledenvergadering bijeen, tenzij tenminste drie stemgerechtigde leden om het bijeenroepen van een algemene ledenvergadering verzoeken of in de situatie zoals geschetst in artikel 9.2. Een verzoek tot convocatie dient schriftelijk en met opgave van redenen aan de abactis van het bestuur van het dispuut te worden gericht, die binnen twee weken na het indienen van het verzoek een algemene ledenvergadering bijeenroept. Blijft de abactis in gebreke, dan kunnen de leden, die het verzoek ingediend hebben, zelf tot convocatie van een algemene ledenvergadering overgaan.

6.3 (a) Stemrecht is voorbehouden aan de gewone leden.
(b) Iedere stemgerechtigde heeft één stem.
(c) Een stemgerechtigd lid kan zijn stem overdragen aan een ander stemgerechtigd lid door het afgeven van een getekende machtiging.
(d) Een lid mag maximaal door twee mensen gemachtigd worden.

6.4 Een algemene ledenvergadering is geldig indien tenminste een derde van de gewone leden vertegenwoordigd is.

6.5 Besluiten op de algemene ledenvergadering zijn geldig mits genomen met een meerderheid der stemmen en voorzover de besluiten niet in strijd zijn met de statuten van het dispuut, de geldende statuten en de huisregel van De Leidsche Flesch.

6.6 Alle agendapunten die worden aangedragen door de leden en het bestuur van het dispuut worden minimaal zeven dagen voor een algemene ledenvergadering aan de stemgerechtigde leden van het dispuut bekend gemaakt.

6.7 Indien werd gehandeld in strijd met het bepaalde in het vorige lid, kan de algemene ledenvergadering niettemin rechtsgeldig besluiten, tenzij een zodanig aantal aanwezigen als gerechtigd is tot het uitbrengen van een derde der stemmen zich daartegen verzet.

6.8 Toegang tot de algemene ledenvergadering hebben de gewone leden, de buitengewone leden, de leden van verdienste, alsmede de ereleden. Tevens zijn personen van wie het bestuur of de algemene ledenvergadering aanwezigheid van belang acht met betrekking tot één of meerdere punten op de agenda, gerechtigd de vergadering bij te wonen.

6.9 Alle stemgerechtigden hebben het recht voorstellen te doen en stemming te eisen.

6.10 De algemene ledenvergaderingen worden geleid door de praeses of, bij diens afwezigheid, door de vice-praeses. Zijn deze bestuursleden niet aanwezig, dan wordt de vergadering geleid door het oudste aanwezige bestuurslid; zonder aanwezige bestuursleden voorziet de vergadering zelf in haar leiding.

6.11 Het door de voorzitter der algemene ledenvergadering uitgesproken oordeel, dat door de vergadering een besluit is genomen, is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een besluit voorzover er werd gestemd over een niet schriftelijk vastgesteld voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter dit oordeel betwist, vindt meteen herstemming plaats. De eerste stemming verliest hiermede zijn geldigheid.

6.12 Van het ter algemene ledenvergadering verhandelde worden notulen gehouden door de abactis of, bij diens afwezigheid, door een door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon. Deze notulen worden in dezelfde of de eerstvolgende algemene ledenvergadering vastgesteld en ten blijke daarvan door de praeses en de abactis ondertekend.

6.13 Een lid van het bestuur van De Leidsche Flesch is gerechtigd, na overleg met het bestuur van het dispuut, een algemene ledenvergadering of een bestuursvergadering van het dispuut te bezoeken.


7. Statutenwijziging

7.1 Wijzigingen of herziening van de statuten van het dispuut gebeurt in samenspraak met het bestuur van het dispuut en het bestuur van de vereniging van De Leidsche Flesch te Leiden.

7.2 De besluitvorming omtrent statutenwijziging vindt voorts plaats volgens de procedure beschreven in artikel 9.


8. Aansprakelijkheid

8.1 Het dispuut draagt geen verantwoordelijkheid voor de handelingen van haar leden.

8.2 Verbintenissen met derden waarbij krachtens de Wet garanties en/of schulden worden aangegaan, moeten worden ondertekend door de quaestor en de praeses van De Leidsche Flesch, of geschieden op persoonlijke titel.

8.3 (a) Het dispuut brengt jaarlijks een jaarverslag uit onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten en legt hierin verantwoording af voor het in het afgelopen jaar gevoerde beleid.
(b) De kascontrolecommissie van De Leidsche Flesch is gerechtigd de in het vorige lid bedoelde stukken te onderzoeken; het bestuur van het dispuut is verplicht aan de commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage in de boeken en de bescheiden van het dispuut te geven.


9. Besluitvorming

9.1 Voorstellen tot algemene besluiten, voorzover niet op de algemene ledenvergadering gedaan, worden binnen één maand schriftelijk aan de leden voorgedragen en aan het bestuur van De Leidsche Flesch ter kennisgeving gezonden. Indien binnen veertien dagen geen schriftelijke bezwaren vanuit de leden bij de abactis zijn binnengekomen, wordt het voorstel als zodanig aangenomen.

9.2 Indien er schriftelijke bezwaren vanuit de leden bij de abactis zijn binnengekomen, wordt er binnen één maand nadien een algemene ledenvergadering bijeengeroepen.


10. Ontbinding en vereffening

10.1 Het bestuur van het dispuut kan op verzoek van tenminste twee derde van alle stemgerechtigde leden te allen tijde, onder opgaaf van redenen, eenzijdig de samenwerking met De Leidsche Flesch opzeggen. Hierbij vervallen alle geldelijke middelen, boeken en archiefstukken van het dispuut onmiddellijk bij De Leidsche Flesch.

10.2 De algemene ledenvergadering van De Leidsche Flesch kan eenzijdig besluiten het dispuut niet langer als een dispuut van De Leidsche Flesch te erkennen, waarna onmiddellijk alle geldelijke middelen, boeken en archiefstukken van het dispuut aan De Leidsche Flesch vervallen.

10.3 (a) Het besluit tot ontbinding van het dispuut kan slechts genomen worden door een algemene ledenvergadering van het dispuut, waartoe werd opgeroepen met de mededeling dat aldaar de ontbinding van het dispuut zal worden voorgesteld, met een quorum van tenminste twee derde van alle stemgerechtigde leden bij besluit genomen met een twee derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.
(b) Wordt het quorum op deze algemene ledenvergadering niet gehaald, dan kan een tweede vergadering gehouden worden, te houden niet eerder dan twee weken na en niet later dan zes weken na de eerste vergadering. Op deze vergadering kan het besluit tot ontbinding genomen worden ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde stemgerechtigde leden.
(c) Indien op een algemene ledenvergadering het besluit tot ontbinding is genomen, verzoekt het bestuur van het dispuut het bestuur van De Leidsche Flesch het dispuut te ontbinden.
(d) Tevens wordt het dispuut ontbonden indien het dispuut minder dan vier gewone leden kent.
(e) Bij ontbinding vervallen alle geldelijke middelen, boeken en archiefstukken van het dispuut onmiddellijk aan De Leidsche Flesch.


11. Slotopmerkingen

11.1 De statuten van het dispuut mogen niet strijdig zijn met de Wet, de statuten en de reglementen van De Leidsche Flesch.

11.2 In alle gevallen waarin de statuten van het dispuut niet voorzien, zijn de statuten en reglementen van De Leidsche Flesch van kracht.

11.3 De algemene ledenvergadering van het dispuut kan één of meerdere reglementen vaststellen, waarin onderwerpen worden geregeld waarin door deze statuten niet of niet volledig wordt voorzien.

11.4 Een reglement mag geen bepalingen bevatten die strijdig zijn met deze statuten.